Zorgbeleid

Ieder kind is anders. Dat betekent dat ook de mogelijkheden van elke leerling anders zijn. We werken daarom, binnen en buiten de klas, geregeld op verschillende niveaus. Dat noemen we differentiatie.

Differentiatie voor snellere/sterkere kinderen:


• In de klas wordt tijdens de les het niveau al aangepast aan de noden of mogelijkheden van het kind.Sommige kinderen kunnen sneller zelfstandig aan het werk of kunnen vlugger zonder materiaal gaan werken dan anderen.


• Voor wiskunde en spelling voorziet de methode zelf ook uitbreiding. Kinderen die dat nodig hebben, maken dan andere, moeilijkere en meer uitdagende oefeningen. Deze oefeningen staan in het werkboek en worden tijdens de les gemaakt.


• Sommige kinderen hebben nood aan meer uitdagingen. Voor hen doen we ook aan differentiatie buiten de klas. Aan de hand van voortoetsen zoeken we uit welke kinderen de leerstof van wiskunde al heel goed beheersen, nog voor ze in de klas aan bod gekomen is. Deze kinderen doorlopen de leerinhouden veel sneller, en hebben daardoor tijd voor andere opdrachten (= kienrekenen). De zorgleerkrachten zorgen voor begeleiding en opvolging.


• Dan hebben we nog de klimopgroepjes. Hier komen kinderen terecht die onvoldoende uitdaging vinden in de zaken die hierboven beschreven zijn. De opdrachten zijn hier een stuk complexer. We gaan bewust op zoek naar taken waar de kinderen doorzetting en creatief denkvermogen moeten gebruiken om tot resultaat te komen. Een kind komt twee lesuren per week naar het klimopgroepje.
Bepalen welke kinderen naar het klimopgroepje komen, is niet zo eenvoudig. Oudergesprekken, ervaringen van de klasleerkracht, werkhouding bij de differentiatie binnen en buiten de klas, begaafdheidsonderzoeken, resultaten op toetsen, … zijn elementen die mee bepalen of een kind de uitdaging van het klimopgroepje nodig heeft.


Differentiatie voor kinderen die wat meer uitleg/tijd nodig hebben.

• In de klas wordt tijdens de les het niveau al aangepast aan de noden of mogelijkheden van het kind. Sommige kinderen hebben de uitleg nog eens opnieuw nodig, of werken langer onder begeleiding van de leerkracht. Als het nodig is, kunnen kinderen ook langer met materiaal of andere hulpmiddelen werken.

• Voor wiskunde en spelling voorziet de methode zelf ook verschillende niveaus. Oefeningen zijn dan minder ingewikkeld, getallen zijn kleiner, er staat meer uitleg bij de taken, …


• We maken ook extra inoefengroepjes. In kleine groepjes (of individueel) worden sommige belangrijke zaken nog eens uitgelegd, ingeoefend, herhaald. De klasleerkrachten bepalen voor welke kinderen zo’n groepje nodig is. De zorgleerkrachten ondersteunen de groepjes.


• Het zou kunnen dat het, ondanks alle hulp die hierboven beschreven is, het nog te moeilijk of te snel gaat. In overleg met klasleerkracht, zorgteam, directie, clb en ouders bekijken we dan welke stappen we verder nog kunnen nemen.


Het zorgteam van De Klinker!